Tactiele afweer
Daan is vier jaar oud en gaat sinds kort naar de basisschool. Voordat hij kan gaan, wassen zijn ouders zijn gezicht en kammen ze zijn haren om deze in model te brengen. Daan ondergaat deze handelingen door ineen te krimpen en zijn ouders van zich weg te duwen. Hij zegt vaak; ‘papa, je doet me pijn!’ of ‘papa, dit is echt niet fijn!’. Zijn ouders proberen Daan iedere keer te kalmeren en te zeggen dat er niks kan gebeuren. Wanneer Daan in de auto naar school zit is hij nog steeds van streek. Daan vind het niet fijn wanneer iemand hem aanraakt of wanneer hij zelf iets moet aanraken. Materialen zoals zand of klei vindt Daan helemaal niet leuk om mee te spelen. Hij rent weg en huilt wanneer hij in een zandbak gezet wordt. Voedsel oppakken met zijn handen is ook niks voor Daan. 

De tactiele afweer is een van meerdere tactiele stoornissen. Een tactiele stoornis houdt in dat prikkels die via de huid binnenkomen door het centrale zenuwstelsel niet goed verwerkt worden. Het woord tactiele afweer geeft eigenlijk al aan dat er een afweer is tegen deze prikkels. Op een gevaarlijke tastprikkel (zoals hitte of scherpte) is het een normale reactie om afweer te tonen, echter geeft het kind een negatieve, afwerende emotie op een niet gevaarlijke tastprikkel. De reactie die het kind geeft zal een kinderlijke vecht- of vlucht- reactie zijn. Dit kan niet alleen voorkomen bij een daadwerkelijke aanraking, maar ook bij het vooruitzicht dat een kind aangeraakt zal worden.

De ergotherapeut kan middels observaties en vragenlijsten ontdekken of zich een probleem voortdoet in het tactiele systeem. Vanuit hier zal er samen met ouders overlegd worden wat het beste is om in te zetten om ervoor te zorgen dat het kind hierdoor minder problemen ervaart. Een voorbeeld van middel om in te zetten is het borstel-druk programma (zie puzzelstukje).

Voor meer informatie verwijs ik U door naar het boek ‘Uit de pas; omgaan met sensorische integratiestoornis bij kinderen’ van Carol Stock Kranowitz.