Evenwicht
Jeroen is 8 jaar oud en een vrolijke enthousiaste jongen. Hij speelt heel graag rustig aan tafel of op de grond. Hier kan hij zich uren vermaken en heeft hij niemand nodig om mee te spelen. Buiten spelen vind hij helemaal niks. Wanneer zijn oudere zus hem vraagt of hij meegaat op de schommel, zegt Jeroen altijd nee. Ook stoeien vind hij helemaal niet fijn, terwijl zijn zus het juist hartstikke leuk vind om met papa te stoeien.

Het menselijk lichaam heeft 5 externe zintuigen en 2 interne zintuigen. De 5 externe zintuigen (Ruiken, horen, voelen, proeven, zien) zijn de bekende zintuigen. De twee interne zintuigen worden het proprioceptieve zintuig en vestibulaire zintuig genoemd. Dit stukje gaat over het vestibulaire zintuig.

Het evenwichtsorgaan wordt ook wel het vestibulaire systeem/orgaan genoemd. Dit is een zintuig wat informatie verzameld over de beweging en de balans, gelegen in het binnenoor. Het systeem reageert op alle hoofdbewegingen die je maakt. Het vertelt ons lichaam verschillende dingen:
- Staan we rechtop of ondersteboven
- Bewegen we of staan we stil
- Staan we schuin of recht

Hiernaast verteld het ons de snelheid en richting van onze bewegingen, maar ook van voorwerpen ten opzichte van ons. Dit zintuig is in ons dagelijkse leven van groot belang, mits het op de juiste manier werkt.

Jeroen vindt bewegingen helemaal niet fijn. Dit kan te maken hebben met een overgevoelig vestibulair systeem. Hierdoor gaat hij verschillende activiteiten uit de weg en dit heeft veel invloed op zijn handelen. Het vestibulaire systeem van Jeroen is overgevoelig, de andere kant is de ondergevoeligheid waardoor kinderen deze prikkels juist op gaan zoeken door te bewegen.

Binnen de Ergotherapie wordt er gezocht naar manieren om de dagelijkse activiteiten goed te kunnen laten verlopen.  Daarnaast worden er vestibulaire prikkels toegevoegd binnen de behandeling om op deze manier aan de doelen te werken.

Voor meer informatie verwijs ik U door naar het boek ‘Uit de pas; omgaan met sensorische integratiestoornis bij kinderen’ van Carol Stock Kranowitz.