4 Berenmethode
Isa is een 8 jarig meisje in groep 4. Thuis en op school moet ze allemaal verschillende taken doen. Deze willen nog niet goed lukken doordat ze niet zo goed weet waar ze moet beginnen en hoe ze de taken eigenlijk moet doen. Naar school gaan vind ze nog steeds erg leuk, maar het wordt wel steeds een beetje lastiger. Thuis kan haar broertje van 6 enkele dingen wel al zelf. Dit vind ze erg vervelend.
Als ze op school moet gaan beginnen aan een knutselwerkje, dan krijgen ze eerst uitleg van de juf. Isa luistert hier goed naar zodat ze daarna weer wat ze moet doen. Als ze dan mag gaan starten weet ze niet waar ze moet gaan beginnen. De juffrouw moppert dat Isa niet goed opgelet heeft. Isa doet erg haar best, maar het lukt haar niet om te starten met de taak. Wanneer de juffrouw hierbij helpt en aangeeft wat Isa precies moet maken dan lukt het al beter.

Isa ervaart problemen betreffende haar planmatig handelen. Het planmatig handelen houdt in dat je volgens een plan een activiteit/handeling uit kan voeren (zie puzzelstukje planmatig handelen). Dit kan zijn bij een bekende activiteit, maar ook bij een nieuwe activiteit. Isa vind het erg moeilijk om een plan te maken voor het knutselwerkje. Ze weet niet hoe ze moet beginnen, ook al heeft ze goed naar de uitleg van de juffrouw geluisterd. Wanneer ze meer aansturing krijgt van de juffrouw, en de juffrouw zegt wat Isa moet maken, dan lukt het beter. Isa volgt dan het plan van de juffrouw.

Om kinderen te ondersteunen in het planmatig handelen wordt vaak de berenmethode van Meichenbaum gebruikt. Dit zijn vier beren die de kinderen helpen een activiteit uit te voeren. De eerste beer zegt; ‘Wat moet ik doen?’. Dit is de activiteit die het kind gaat uitvoeren. De tweede beer zegt; ‘Hoe ga ik het doen?’. Bij de tweede beer wordt het plan gemaakt. Hier zal het kind eerst hulp bij nodig hebben, waarna het uiteindelijk zelf een plan kan gaan maken. De derde beer zegt; ‘Ik doe mijn werk’. Hierbij voert het kind de activiteit, volgens het gemaakte plan bij beer 2, uit. Als laatste zegt de vierde beer; ‘Ik kijk mijn werk na. Wat vind ik ervan?’. Hierbij wordt de activiteit gecontroleerd op bijvoorbeeld foutjes, maar ook op de dingen die juist al heel erg goed gingen. Op deze manier wordt het plan maken makkelijker en leuker!

Voor meer informatie verwijs ik U door naar het boek ‘Kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen’ van Kaat Timmerman